Brussel in de ban van Chomsky: even scherp als altijd

Posted on maart 24, 2011

0


Noam Chomsky: 19 jaar moest België wachten op zijn terugkomst. Maar vorige week was de Amerikaanse linguïst en politieke denker weer helemaal terug van weggeweest. Even scherp als altijd.

Noam Chomsky (82) mag dan wel op leeftijd zijn, hij laat er nog steeds geen gras over groeien. De Amerikaans taalkundige en tevens één van de meest invloedrijke intellectuelen wist op 16 maart 1500 gasten te strikken voor een lezing in het auditorium van de ULB (Université Libre de Bruxelles). De volgende dag deed hij dit nog eens over met een overvol Théâtre National in Brussel, tijdens het debat Rede tegen Macht.

Rede tegen Macht

In een serene setting krijgt Chomsky het gezelschap van Normand Baillargeon, professor onderwijswetenschappen aan de universiteit van Montreal (Canada) en Jean Bricmont, professor fysica aan de universiteit van Louvain-La Neuve. Journaliste Diana Johnstone leidt het debat in goede banen en belooft Chomsky niet te sparen.

Maar Chomsky staat nog steeds zo sterk als een huis. Met zachte, monotone stem en een uitermate rustige houding, antwoordt hij op de vragen die het publiek al zo lang bezig houden. Wie op een luide speech met grote gebaren hoopt, komt bedrogen uit. De wetenschapper blijft de rust zelve en steekt af met goed onderbouwde analyses over onze westerse maatschappij.

Chomsky ‘schrijft af en toe een boek’

Journaliste Johnstone omschrijft Chomsky als een onafhankelijk intellectueel die zichzelf niet voor de kar van een regime laat spannen. “You’ve got the old left, the new left and the Chomsky left” zegt ze tijdens de inleiding. Toch vraagt Jean Bricmont zich af welke politieke relevantie intellectuelen nog hebben, worden hun boeken wel gelezen en zo ja, door wie dan?

Chomsky blijft bescheiden en zegt zijn eigen woorden en boeken niet als de enige waarheid te beschouwen. Wel is hij er zeker van dat boeken niet enkel gelezen worden door intellectuelen en studenten. Daarbij verwijst hij naar zijn eigen jeugd in een Joods arbeidersgezin.

Wanneer Johnstone aanhaalt dat immigranten vandaag de bovenhand halen in de arbeidersklasse en dat zij geen interesse in boeken vertonen, reageert de zaal verontwaardigd. “Mensen zijn geïnteresseerd. Literatuur wordt gelezen én besproken. Ze grijpen misschien minder naar boeken, maar dat geldt niet enkel voor de arbeidersklasse. Kijk naar mij: af en toe schrijf ik ook wel eens een boek.” zegt Chomsky. De zaal lacht en vergeet de woorden van journaliste Johnstone.

“Elke activist is een anarchist”

Chomsky wordt regelmatig in verband gebracht met het anarchisme. Zelf plaatst hij zich niet graag in dergelijk kader. Wel gelooft hij dat het activisme dat we vandaag de dag kennen, geïnspireerd wordt door het anarchisme: ”Elke activist is een anarchist. Kijk naar het feminisme in de jaren zestig. Duizenden vrouwen zochten naar een manier om de macht niet enkel over te laten aan mannen. Hetzelfde geldt voor de inheemse volkeren. Ze willen op hun eigen manier ontwikkelen en ze willen zelf de macht behouden.” Daar is volgens de wetenschapper ook helemaal niets mis mee: “We moeten enkel angst hebben voor mensen die zichzelf anarchisten noemen en voor het georganiseerde anarchisme dat vandaag de dag nog altijd aanwezig is in Spanje.” zegt Chomsky.

Wanneer het publiek aan hem vraagt of hij zichzelf een marxist zou noemen, antwoordt hij eigenzinnig: “Je vraagt aan wetenschappers toch ook niet of ze einsteiners zijn? Marx heeft interessante analyses geschreven, maar dat is nog geen reden om jezelf marxist te noemen.”

Onderdrukking

“If we don’t believe in freedom of expression for people we despise, we don’t believe in it at all.” zei Chomsky ooit. Toch is de meest geciteerde levende intellectueel ervan overtuigd dat het bestaan van absolute vrije meningsuiting een illusie is. Chomsky ergert zich vooral aan hiaten in de grondwet. Volgens hem is er nog steeds sprake van onderdrukking en gebeuren vonnissen niet op grond van de wet maar volgens ‘het humeur van de rechter’.

Bricmont lijkt teleurgesteld te zijn in Chomsky’s visie en vraagt hoe het dan zit met de ontkenning van de holocaust. “Vrije meningsuiting wordt enkel gevaarlijk wanneer we gedachten of acties van anderen overnemen. Het is niet de bedoeling dat iemand zich gaat gedragen of gaat denken als een nazi. Maar het kan ook niet de bedoeling zijn om het antisemitisme te misbruiken. Israël is daar een goed voorbeeld van. Daar gebruiken ze de ontkenning van de holocaust om hun politieke beleid te verantwoorden.” antwoordt Chomsky

Onderdrukking is iets waar Chomsky het wel vaker over heeft. Hoewel hij opgetogen is over de recente ontwikkelingen rond vrouwenrechten en rechten voor holebi’s, is hij ervan overtuigd dat er nog heel wat werk aan de winkel is: “Sommige zaken beschouwen we vandaag als normaal. Slavernij is bijvoorbeeld ‘not done’, maar de tijd dat het anders was, ligt helemaal nog niet zo ver achter ons. Arbeiders in het noorden van Amerika geloofden niet dat werken in loondienst beter was dan slavernij. Het verschil? Slavenhouders moesten wel goed voor hun slaven zorgen, want ze waren persoonlijk bezit. Het enige wat de arbeidersklasse sterk hield, was de tijdelijke aard van hun werk. Abraham Lincoln (president Amerika, 1861) gebruikte die slogan zeer graag om zijn campagne aan te sterken.”

“Een ander voorbeeld is homoseksualiteit.” vervolgt Chomsky. “Dat was vroeger een grote zonde, een ziekte. Hoewel veel mensen hier nu anders over denken, vinden we nog altijd landen en culturen die voet bij stuk houden, waar zowel homo’s als vrouwen onderdrukt worden.” Toch blijft Chomsky positief en is hij ervan overtuigd dat onze waarden en normen blijven evolueren.

Verder richt hij zijn pijlen op het hoger onderwijs en op de universiteiten, waar volgens hem de creativiteit van studenten onderdrukt wordt: “Een goede opleiding betekent niet dat professoren de leerstof bij wijze van spreken in de aderen van studenten moeten spuiten. Studenten moeten uitgedaagd worden, ze moeten creatief te werk kunnen gaan.” zegt Chomsky. Om zijn betoog af te sluiten haalt hij een quote aan van een professor: “It doesn’t matter what we are going to cover this year, it’s about what you are going to discover.”

Hope and Change

Niet alleen de wetenschappers hebben brandende vragen, ook het publiek zit te popelen om Chomsky’s kennis te testen. Vooral het politieke beleid van president Barack Obama intrigeert het publiek. Veel mensen vragen zich af welk beleid Chomsky verkiest: dat van oud-president George W. Bush of dat van president Barack Obama.

Zoals we van Chomsky konden verwachten houdt hij het niet bij een kort antwoord van vijf minuten. De politieke denker trekt een half uur uit om deze vraag te beantwoorden. De Verenigde Staten zijn dan ook Chomky’s stokpaardje en veel goeds kan de man er niet over kwijt. In zijn nieuwe boek ‘Hope and Change’ neemt hij het beleid van president Barack Obama stevig onder vuur en vanavond is dat niet anders: “Toen Obama president werd, dacht heel de wereld dat er verandering zou komen. Hij stond voor hoop en vooruitgang. Maar eigenlijk is er maar een klein verschil tussen Bush en Obama. Obama wordt namelijk op handen gedragen door Europa. Waarom? Omdat Europeanen niet graag hebben dat hen de waarheid verteld wordt. Bush zei onverbloemd wat hij dacht, Obama is minder oprecht maar we vinden hem wel vriendelijker. Hij is op veel vlakken zelfs gevaarlijker dan Bush. Zo verlaagde hij de belastingen voor de rijken, bevroor hij de lonen van ambtenaren en voert hij een gevaarlijk politiek beleid in Pakistan. De eerste termijn van Obama is zoals de tweede termijn van Bush.” zegt Chomsky. Vooral goede propaganda zou volgens hem wonderen doen en zorgt ervoor dat de president met zijn beleid wegkomt: “Tegenwoordig noemt men propaganda ook wel Public Relations.” De zaal lacht, maar Chomsky zelf vindt er helemaal niets grappigs aan en gaat graag verder met zijn betoog over de Verenigde Staten.

“Iedereen gelooft dat het Westen toegevingen doet aan de cultuur van derdewereldlanden. Maar laten we even kijken naar vrouwenrechten: het is perfect mogelijk om in India en andere derdewereldlanden, vrouwen aan de top te vinden, daar slaagt de VS niet in. Hetzelfde geldt voor de Universele Verklaring voor de Rechten van de Mens, twee derde van deze rechten wordt door de VS genegeerd: ze negeren de burgerrechten zoals die van de vrije meningsuiting. Ze raken de sociaaleconomische rechten, die ervoor zorgen dat mensen kunnen rekenen op werk en gezondheidszorg, niet aan. En over culturele rechten praten ze niet eens. Het geloof dat de VS de democratie steunt in derdewereldlanden is een leugen, dat is enkel en alleen propaganda.“ besluit hij.

Chomsky’s onuitputtelijke kennis, onderbouwde analyses en kritische kijk op de westerse wereld zorgen bij het publiek voor nog meer prangende vragen. Als het aan Chomsky zelf ligt, gaat hij nog even door. Helaas denkt de organisatie daar anders over. Chomsky bedankt het publiek, lacht nog even naar de camera’s en verdwijnt dan weer achter het gordijn.