De mensen achter de opvangcrisis

Posted on december 21, 2011

0


BRUSSEL – De opvangcrisis heeft een zeer triest hoogtepunt bereikt: 10.000 asielzoekers kregen de voorbije drie jaar geen dak boven het hoofd. Tijd om die mensen een gezicht te geven. Onze reporter trok een dag mee op stap met vzw Vluchtelingenwerk Vlaanderen.

DeWereldMorgen.be -

Het Soeppunt in Brussel is de eerste plaats die de woordvoerster van Vluchtelingenwerk Vlaanderen me wil tonen. Het is een initiatief dat tien jaar geleden ontstond uit solidariteit met de asielzoekers. Buurtbewoners deelden er soep uit en trachtten zo goed en zo kwaad mogelijk te helpen. Tien jaar later doen ze dat nog steeds.

Het is klokslag 12 uur wanneer ik binnenstap in het Soeppunt. Drie Congolese vrouwen scharen zich achter een klein tafeltje dat dienst doet als toog en delen soep en een stuk brood uit aan de vele asielzoekers die geen opvangplaats kregen van Fedasil. Al tien jaar doen ze dit. Dag in dag uit, altijd klaar om een ander te helpen, altijd met een glimlach.

Brieven waar hij niets van begrijpt

De eerste asielzoeker die ik te spreken krijg, is Mohammed Ali (34). Hij ontvluchtte Afghanistan voor de Taliban. Sinds 1 augustus probeert hij onderdak te krijgen. Sinds zijn aankomst in België ging Mohammed tevergeefs langs bij maar liefst 19 verschillende OCMW’s in Brussel. Ook in Antwerpen ving hij bot.

Mohammed toont me een pak formulieren en brieven. Brieven waar hij niets van begrijpt, brieven in een taal die zelfs voor een modale Belg nauwelijks te ontcijferen is. Omdat hij niet wijs geraakt uit heel de procedure neemt Mohammed een advocaat in de arm.

Maar deze heeft het te druk met lunchen, vergaderen en vakantie nemen, aldus Mohammed. Twee weken lang probeert hij zijn advocaat te bereiken, maar wanneer dit niet lukt, stapt hij terug naar een OCMW met de vraag een andere advocaat te raadplegen. Dit is echter niet mogelijk omdat Mohammed niet werkt. Hij mag trouwens niet werken, want hij krijgt geen verblijfplaats toegewezen en heeft dus ook geen domicilie. Mohammed zit net als heel veel andere asielzoekers in een vicieuze cirkel waar hij maar niet uit geraakt.

Omdat hij geen dak boven het hoofd krijgt, slaapt hij met enkele mannen in het park. Zich wassen kan daar niet. Het enige wat hij heeft, is een kom soep en wat brood dat hij krijgt van het Soeppunt. Elke dag komt hij vragen wanneer hij zijn tweede interview kan doen voor zijn asielaanvraag, elke dag gaat hij langs bij Fedasil voor een slaapplaats, elke dag bezoekt hij de OCMW’s voor een oplossing en elke dag wordt hij opnieuw op straat gezet.

“Ik ben dan nog alleen”, zegt Mohammed. “Maar wat met al die families en kinderen die in het Noordstation verblijven? Zij zitten in dezelfde situatie en kunnen helemaal nergens terecht. Wat moet ik doen? Wat kan ik doen?”

Hij zegt me dat hij erg kwaad is, droevig en in de war. Hij heeft het gevoel geen toekomst meer te hebben. En dat allemaal terwijl hij zijn vrouw en drie kinderen moest achterlaten in Afghanistan. “Ik ben trots op mijn kinderen, trots dat ze de moed erin houden. Ik heb ze nu al drie maanden niet meer gehoord en ik weet ook niet of ik ze nog zal horen. Dat maakt me erg onzeker.”

“Niemand voelt zich écht verantwoordelijk voor deze mensen”

Els Keytsman van Vluchtelingenwerk vertelt me dat niet alleen alleenstaande asielzoekers in deze situatie zitten, sinds april 2011 worden ook de allerzwaksten op straat gezet: vrouwen, kinderen, mensen met een handicap.

Er is gewoon niet voldoende plaats om de grote stroom van asielzoekers op te vangen. Daarenboven komt dat de gesprekken die Vluchtelingenwerk had naar aanleiding van een open brief aan de regering op niets uitdraaiden. Niemand voelt zich écht verantwoordelijk voor deze mensen, niemand die de weg naar een beter asielbeleid wil inslaan.

Een jonge Afghaan komt naast me zitten. Yousaf (24) woont sinds één jaar en enkele maanden in België. Als oud-informant voor de Amerikaanse overheid heeft de Taliban hem in het vizier. Terugkeren betekent voor hem de dood. Maar aan terugkeren denkt de jongen ook helemaal niet: hij voelt zich goed in België en prijst zichzelf gelukkig met het leven dat hij nu heeft.

Twee keer per week komt Yousaf naar het Soeppunt om andere vluchtelingen te helpen, om te tolken en om hen te begeleiden.  En dat allemaal vrijwillig: omdat hij voeling heeft met hun verhaal. Het wordt me meteen duidelijk dat Yousaf voelt wat zij voelen, dat hij heeft doorgemaakt wat zij doormaken, dat hij heeft beleefd wat zij nu beleven. Elke dag opnieuw.

Maximiliaanpark wordt op dat eigenste moment ontruimd …

De rustige sfeer die ik opmerk in het Soeppunt wordt abrupt afgebroken wanneer begeleidster Pascal Mertens telefoon krijgt van haar collega: het Maximiliaanpark wordt op dat eigenste moment ontruimd met een vuilniswagen. Dekens, kleren, papieren … alles nemen ze mee. Zomaar, zonder aan de asielzoekers uit te leggen wat er nu juist aan de gang is en waar ze nu naar toe moeten.

Samen met de beleidsmanager Lieven Devisscher, begeleidster Pascal Mertens en vertaler/tolk Yousaf trekken we naar het park waar we een tiental mannen aantreffen wier hele hebben en houden door de agenten werd meegenomen. De mannen hebben niets meer en zijn overstuur.

Sommigen zijn zelfs hun papieren en het bewijsmateriaal kwijt waarmee ze van de straat kunnen geraken. Ze voelen zich in de steek gelaten en begrijpen helemaal niets van deze actie. Mertens tracht erachter te komen waar de papieren zijn, maar de asielzoekers hebben andere zaken aan het hoofd: ze willen de dekens terug die ze nodig hebben om de koude nacht door te komen.

Niet bewust van het drama dat zich hier afspeelt …

Verderop treffen we een gezin uit Bosnië-Herzegovina. Een moeder geeft in de ijzige koude de borst aan een anderhalf jaar oude jongen. De andere kinderen (3,  5 en 10 jaar ) ravotten in de modder en lijken zich niet bewust te zijn van het drama dat zich hier afspeelt.  Met het weinige Engels dat ze spreekt, smeekt de moeder me om een slaapplaats. De mannen praten wat met Yousaf, maar veel communicatie is wegens de taalbarrières niet mogelijk.

Er heerst een geladen sfeer en ik bedenk me dat deze situatie zich elke dag afspeelt. Elke dag ontvluchten duizenden mensen hun land om vervolgens in een erbarmelijke situatie terecht te komen. Geen dag om op adem te komen, geen dag zonder zorgen. Tijd dat er meer aandacht komt voor de gezichten achter de opvangcrisis.

Rhea Moonen in opdracht van De Wereld Morgen.Be
Posted in: Artikels