Birma blijft mensenrechten schenden

Posted on maart 26, 2012

0


Bagan-Myanmar

Terwijl de wereld hoopvol wacht op de tussentijdse verkiezingen in het Zuid-Oost Aziatische land, Birma, kreunen ethnische minderheden nog steeds onder het militaire geweld. Volgens een rapport van Human Rights Watch sloegen al 75.000 mensen in de Kachin provincie op de vlucht en blokkeert de Birmaanse regering alle noodhulp.

In slechts enkele maanden tijd deed Birma vriend en vijand met verstomming slaan: na een halve eeuw van miliaire repressie door de junta, besloot de overheid in 2010 honderd politiek gevangenen vrij te laten. De mediacensuur werd versoepeld en mensenrechte-activiste en Nobelprijswinnares Aung San Suu Kyi werd toegelaten om deel te nemen aan de verkiezingen op 1 april 2012.Maar de vooruitzichten zijn niet voor iedereen in het land even rooskleurig: terwijl vooral het zuiden van Birma een grote evolutie ondergaat, staan verschillende etnische minderheden in het land stil. Of erger nog, gaat de situatie voor hen achteruit.

Onafhankelijkheidsstrijders

De Kachin is met anderhalf miljoen mensen één van de grootste etnische minderheden in Birma. Hun eigen leger van ongeveer tienduizend soldaten, het Kachin Independency Army of KIA, strijdt al jaren voor meer autonomie. Hoewel 17 jaar geleden een staakt-het-vuren werd afgesproken met de militaire Junta, laaide het verzet weer op in de aanloop naar de algemene verkiezingen van 2010, toen de Junta eiste dat het Kachinleger zich zou ontwapenen en omvormen tot grensbewakers van de overheid. De Kachin weigerde zich te onderwerpen aan de Junta, waardoor de spanningen verder opliepen.

Overheidstroepen vallen dorpen aan

Op 21 maart 2012 publiceerde de mensenrechtenorganisatie Human Rights Watch (HRW) een rapport waarin de schrijnende situatie van de Kachin beschreven staat. Het rapport dat zich situeerde tussen juli 2011 en februari 2012, bevat 112 interviews met politiek gevangenen, kinderen, en ex-soldaten. De Kachin vertelden aan HRW hoe soldaten de kachin-dorpen binnenvielen en vernielden. Het leger eiste informatie over het KIA en folterden de burgers tot ze informatie gaven. Verschillende vrouwen werden herhaaldelijk verkracht en kinderen van 14 jaar werden ingezet als soldaten.

Van de 75.000 mannen, vrouwen en kinderen die sinds juni zijn gevlucht, kwamen de meesten terecht in een dertigtal kampen nabij de Chinese grens, maar het tekort aan humanitaire hulp dwong heel wat vluchtelingen terug te keren naar onveilige dorpen waar de soldaten landmijnen legden.

De overheid laat geen noodhulp meer toe van de Verenigde Naties. Hulp van niet-gouvernementele organisaties worden al helemaal niet toegelaten in het gebied. Birmaspecialist Hans Hulst: “Ik hoor van journalisten dat er geprobeerd wordt om via China het gebied binnen te komen. Dat is illegaal en dus niet zonder risico. De Chinezen hebben al verschillende journalisten verhoord en onder hotelarrest geplaatst.”

Verkiezingen 2015

Hulst stelt zich vragen bij de regeringsagenda rond de Kachin regio. “Willen ze dat de strijd opgelost wordt tegen de verkiezingen van 2015? Of willen ze met dit conflict het signaal geven dat het leger sterker is en de Kachin er zich maar bij moeten neerleggen? Ik denk het laatste, want de strijd tegen het omvangrijke Kachin-leger valt niet te winnen. Er moet een echte politieke oplossing komen, waarmee de Kachin akkoord gaan. Wat wel duidelijk is, is dat het Birmese leger zichzelf ziet als brenger van eenheid in het verdeelde Birma, en dit altijd heeft gebruikt om haar bewind te legitimeren.”

Niet Sexy

Het Westen kijkt al een hele tijd benieuwd uit naar de tussentijdse verkiezingen die op 1 april in Birma plaatsvinden. Sinds president Thein Sein het land in maart 2011 van juntaleider Than Shwe overnam, wordt in binnen- als buitenland gehoopt op veranderingen. Vooral met de (terug)komst van Aung San Suu Kyi en haar partij, de Nationale Liga voor Democratie (NLD), liggen de verwachtingen hoog.

Terwijl de media uitvoerig berichten over Aung San Suu Kyi en haar mooie verschijning is er nauwelijks interesse voor de mensenrechten die aan de lopende band in de etnische gebieden geschonden worden: “Dat heeft natuurlijk veel te maken met journalisten zelf. De etnische problematiek is nu eenmaal complex en minder sexy om over te berichten. Redacties lezen liever verhalen over Aung San Suu Kyi. We hebben in het westen oogkleppen op als het om Birma gaat,” zegt Hulst.

Kritische noot

Aung San Suu Kyi wordt, hoewel ze haar eigen politieke status altijd relativeerde, hoog in het vaandel gedragen door de Birmezen. Volgens Hulst soms iets té hoog: “Enige kritiek is op zijn plaats. In 2010 verklaarde haar partij – de Nationale Liga voor Democratie – dat zij niet zou deelnemen aan de verkiezingen. Door die strategische misser zat de partij onlangs in een lastig parket, toen de regering tegen veler verwachting in toch begon te hervormen. Langs de zijlijn staan zou op termijn de doodsteek zijn voor de NLD. Deelnemen aan de tussentijdse verkiezingen betekent echter de hervormingskoers van de regering Thein Sein legitimeren, zonder dat daar echte macht tegenover staat. Het gaat immers slechts over 48 van de 1200 zitjes in de nationale en regionale parlementen.”

(schijn)democratie?

Terwijl de wereld hoopvol wacht op de tussentijdse verkiezingen in het Zuid-Oost Aziatische land, Birma, kreunen ethnische minderheden nog steeds onder het militaire geweld. Volgens een rapport van Human Rights Watch sloegen al 75.000 mensen in de Kachin provincie op de vlucht en blokkeert de Birmaanse regering alle noodhulp.
Hoewel er heel wat mensen behoorlijk kritisch staan tegenover de verkiezingen die op 1 april volgen, gelooft Hulst wel degelijk dat de tegemoetkomingen van president en ex-generaal Thein Sein oprecht zijn: “Niet omdat de regering plots uit democraten bestaat, maar omdat democratiseren de enige oplossing biedt tegen de economische labiliteit in het land. Zolang de armoede nijpend is, blijft de economie een bron van politieke instabiliteit. De enige manier om het land te ontwikkelen is hervormen, het westen tegemoet komen, zodat Europa en de Verenigde Staten hun sancties laten vallen.” aldus Hulst.

De sancties die Europa en de Verenigde Staten invoerden na de verkiezingen in 2010 zijn niet van de poes: een importverbod op hout en edelmetalen, exportverbod op goederen voor bos- en mijnbouw, verbod op kredietlening en militaire betrekkingen, een wapenembargo en een visumverbod voor vertegenwoordigers van het militaire regime. Volgens Hulst zullen de meeste sancties bij een eerlijk verloop van de verkiezingen geschorst of opgeheven worden. Het wapenambargo blijft waarschijnlijk wel van kracht.

Dit artikel schreef ik voor: www.dewereldmorgen.be

Posted in: Artikels