Plastic Planet (deel 2): kunststofarchipel en vuilnisbelten van e-waste

Posted on juni 6, 2012

0


ocean plastic

Elk stukje plastic dat we ooit gebruikten, bestaat nog steeds. Waarom? Omdat het maar liefst 1.000 jaar duurt om het op een natuurlijke wijze af te breken. Het plastic dat we dagelijks met zijn allen verbruiken, heeft dramatische effecten op het milieu. In dit tweede deel nemen we u mee naar de oorzaken van deze vervuiling en kijken we ook naar nieuwe problemen die zich ontwikkelen.

Het vorige deel ging over de kunststofarchipel. Een drijvende vuilnisbelt in het midden van de Grote Oceaan die tonnen afval, meestal plastic, bevat. In dit tweede deel kijken we naar enkele oorzaken van deze drijvende vuilnisbelt, maar richten we ook onze blik op de problemen die de technische (r)evolutie met zich meebrengt en wat dit betekent voor de derdewereldlanden die bovenop hun eigen afval, ook heel wat ‘luxe-afval’ van Europa en de Verenigde Staten te verwerken krijgen.

Plastic zakjes

Elke seconde worden er wereldwijd 16.000 plastic zakken uitgedeeld en per jaar gebruiken we er met zijn allen tussen de 500 miljard en 1,2 triljoen. Deze worden slechts één keer voor amper twaalf tot twintig minuten gebruikt. Hoewel men weet dat een plastic zak tot 1.000 jaar nodig heeft om af te breken, wordt maar één op elke 200 plastic zakken die we gebruiken, gerecycleerd.

Ook de Grote Oceaan heeft last van deze plastic zakken. Per jaar doden ze in de regio van de kunststofarchipel zo’n 100.000 vogels, walvissen, dolfijnen en schildpadden. Wanneer het dier sterft, belandt het plastic gewoon terug in de natuur waar het wederom verdere schade kan toebrengen.

Bovendien zorgen plastic zakken voor ongeveer 2 kg CO2-uitstoot, per persoon, per jaar. Reken dat maar eens om naar een volledige wereldbevolking…

Slechts 39 landen wereldwijd hebben tot nu toe stappen ondernomen om het aantal plastic zakken te verminderen of volledig te bannen. België heeft nog geen totaalverbod, heel wat Afrikaanse landen hebben die stap dan weer wel gezet.

Plastic flessen en dopjes

In 2008 werden er op één jaar tijd 2,5 miljoen ton plastic flessen weggegooid, ze vormen samen dan ook de grootste bedreiging voor stranden en oceanen. Vreemd wanneer je weet dat er striktere regelgevingen bestaan voor kraantjeswater. Bovendien is kraantjeswater in Europa en de VS goedkoper en zuiverder dan water uit plastic flessen die verschillende giftige stoffen bevatten.

De drijvende vuilnisbelt en de inhouden van diens albatrossen zitten vol met plastic dopjes van PET-flessen. Terwijl de plastic flessen hun weg vinden naar de bodem van de oceaan waar ze niet de kans hebben om af te breken, blijven de plastic dopjes gewoon drijven op het wateroppervlak. Het zijn vooral deze kleine voorwerpen die de albatrossen opeten of aan hun kuikens voederen.

De tsunami: een golf van afval

Op 11 maart 2011 verraste een tsunami het noordoosten van Japan. Tonnen ‘afval’ werden er die dag de Grote Oceaan ingejaagd. Nu, ruim een jaar later, spoelt het afval aan, op de kusten van Alaska. Geschat wordt dat meer dan 90 miljoen ton afval het land nooit zal bereiken, maar terecht komt in de kunststofarchipel.

De Japanners zelf zijn optimistischer en schatten het puin van de tsunami in op zo’n 5 miljoen ton waarvan 70 procent recht naar de bodem zakt en 1,5 miljoen ton op het water drijft. In Alaska zijn inwoners alvast begonnen aan grote opruimacties, maar de grootste afvalgolf zal pas aanspoelen in 2013 of 2014 en naar alle waarschijnlijkheid zullen ook Midway Atol en Hawaï te maken krijgen met dit puin.

E-waste

De technologische evolutie heeft voor heel wat afval gezorgd. Computers bijvoorbeeld worden gemiddeld twee jaar gebruikt, daarna vinden we ze te oud en dumpen we ze samen met ander elektronisch materieel. 50 procent van alle gedumpte computers wereldwijd belandt in China. Voorts hebben ook India en het westen van Afrika veel last van gedumpte elektronica, of e-waste. Het elektronische afval is het snelst groeiende afvalprobleem.

Elk jaar verschepen de Verenigde Staten 3 miljoen ton e-waste, naar India. In Seelampur, ten oosten van de Indiase hoofdstad New Delhi, verdienen arbeiders één dollar per dag om de bruikbare materialen van het plastic te scheiden. Het vuilnis zelf verwerken, vindt de VS geen optie. Per halve kilo elektronisch afval wordt in de VS immers 15 tot 30 dollar betaald om het te recycleren. Het afval laten verschepen naar India of China is een veel goedkopere optie en bovendien niet zo tijdrovend.

Het aandeel van Europa in de afvalexport is, ondanks een overeenkomst waarin Europa er zich toe verbond geen e-waste in Afrika te dumpen, ook niet min. Elk jaar zou er 8,7 ton e-waste van Europese landen in ontwikkelingslanden terecht komen. In de Nigeriaanse metropool Lagos alleen al komen elke maand ongeveer vijfhonderd containers toe met afgedankt materiaal, waarvan ongeveer drie vierde e-waste is. Slechts een vierde van het materiaal wordt opnieuw gebruikt. De rest wordt verband of ‘verdwijnt’ gewoon.

Verdwijnen doet dat afval echter nooit. Het materiaal waaruit deze elektronische toestellen gemaakt worden, bevat vaak gevaarlijke stoffen die uiterst giftig en kankerverwekkend zijn. Zware metalen komen terecht in de rivieren waarin heel wat mensen zich elke dag baden, maar ook gebruiken als drinkwater.

Bij het verbranden van gevaarlijk afval komen allerlei giftige stoffen in het lichaam van vaak jonge kinderen terecht die het plastic van het metaal proberen te scheiden om zo enkele dollars bij te verdienen.

Bestaan er oplossingen?

Wat de kunststofarchipel betreft, lijkt voor heel wat mensen de oplossing simpel: zet met een grote groep een actie op poten om de zeeën op te kuisen.

Regelmatig worden er door verschillende milieuorganisaties dergelijke initiatieven ondernomen, maar volgens wetenschappers, onder wie oceanograaf Charles Moore, is dat onbegonnen werk. Er zou te veel tijd en geld in de projecten kruipen en het resultaat zou bovendien niet evenredig zijn met inspanning.

Moore is er samen met andere wetenschappers van overtuigd dat sensibilisering en preventie veel belangrijker zijn. Volgens hen hebben opruimacties geen zin wanneer we in de toekomst niets aan onze gewoontes veranderen.

Voor het elektronisch afval is dat eigenlijk helemaal niet anders. We kunnen de boel opruimen, maar wanneer we niet stoppen met afval te dumpen in derdewereldlanden is het een verloren zaak.

Sensibilisering, goede regelgeving en een andere mentaliteit zijn broodnodig om onze afvalbergen te beperken. Daarenboven is het niet enkel zinnig om consumenten te sensibiliseren. Ook producenten moeten nadenken over de manier waarop producten vervaardigd worden en vooral ook verpakt worden. Heb je al eens geprobeerd om inkopen te doen zonder daarbij ook maar één keer plastic te gebruiken?

Posted in: Artikels